Home
Daphne - Summary
Daphne - inleiding
Stalpart van der Wiele: Als Jola d'onberade Maegd        Krul: Iuffrou! waerom is't dat gy vlied

Pers: David van Samuel gesalft

Dirck Pietersz. Pers (1580-1662) was drukker, uitgever en lieddichter te Amsterdam. Hij drukte embleemboeken, liedboeken en andere geïllustreerde werken. Zoals hij in de voorrede van zijn Vernieuwde Urania schrijft, besteedde hij de lange winteravonden aan het samenstellen van zijn liedboeken. Als zijn oogmerk noemt hij 'de Ieugd van de vele geyle en onbeschofte liedekens af te trecken, en onder vele nieuwe voysen [=wijzen], eenige lieflijcke en zeedige stoffen in te voeren, op datse daer door aengelockt, de andere verwerpen, en dese metten tijdt mochten omhelsen'. De liederen zijn 'vergulde pillen () waer onder de geneesinge is verborgen'. In de Vernieuwde Urania geeft hij een groot aantal liederen waarin bijbelse verhalen worden naverteld. Daaronder bevindt zich ook dit lied over David, die leefde als herder tot hij door Samuel in Gods opdracht werd gezalfd als toekomstig koning van Israël.


 
David van Samuel gesalft (Bron)

Eensdeels den 151. Psal by den Grieken, naer-gevolgt.

Stemme: Doen Daphne d'overschoone Maeght.

  Als David in sijn frissche Jeugd Toen David in zijn frisse jeugd
  Met Leeuwen en Beyren in bosch en op hey, Met leeuwen en beren in bos en op hei,
  Vast kampt' en had' geen soeter vreughd, Vast kampte en had geen zoeter vreugd,
  Als Geytjes en Schaepjes in klavere wey. Dan geitjes en schaapjes in klaver te wei'.
5 Songh hy, sprongh hy en stelde sijn snaren, Zong hij, sprong hij en stelde zijn snaren,
  En speelde op de souter, soo vrolijck lied. En speelde op de souter, zo vrolijk lied.
  Hy sat in de schaduw en onder de blaren: Hij zat in de schaduw en onder de blaren:
  En queelder Godts lof op sijn Harders riet: En kweelde 'r Gods lof op zijn herdersriet:
  Siende sijn wondren aen, van harten onbelaen, Ziende zijn wond'ren aan, van harte onbela'en,
10 Dacht hy vast over in sijnen sin: Dacht hy vast over in zijnen zin:
  Ghy zijt het, o God, dien ick hertelijck min. Gij zijt het, o God, die ik hartelijk min.
     
  Godt had dit soete Harders Kind, God had dit zoete herderskind,
  Door hooge, vermogen, om t'eedle gemoedt, Door hoge vermogen, om 't edel gemoed,
  Geschickt, en uyt sijn Broers besint, Geschikt, en uit zijn broers bezind,
15 Te stellen, en heffen, tot hooger goedt. Te stellen, en heffen, tot hoger goed.
  Harder, Harder, u Vee en u Schaepjes, Herder, herder, uw vee en uw schaapjes,
  Weyt noch een poosjen en luystert nae my: Weidt noch een poosje en luistert naar mij:
  Ghy sult er niet blijven een Harders Knaepjen, Gij zult er niet blijven een herdersknaapje,
  Maer worden een Heer, dus leefter nu vry: Maar worden een heer, dus leeft er nu vrij:
20 Laet nu u Geytjes staen, Laat nu uw geitjes staan,
  Keert u nae Godts vermaen, Keert u naar Gods vermaan,
  Denckt vry dat hy u in hooger standt, Denkt vrij dat hij u in hogere stand,
  Wilt stellen door sijne vermogende handt. Wil stellen door zijne vermogende hand.
     
  Want David was van schoonder staat, Want David was van schone staat,
25 Van leeden, besneden, en ros van gesicht, Van leden besneden, en ros van gezicht,
  Wiens deughd en eerbaerlijck gelaet, Wiens deugd en eerbaarlijk gelaat,
  In yder eens ziele een voorbeeldt sticht. In iedereens ziel een voorbeeld sticht.
  Staet op, sprack Godt, en salft doch desen, Staat op, sprak God, en zalft toch deze,
  Samuel, dese die is mijn knecht, Samuel, deze die is mijn knecht,
30 Die ick voor allen heb uyt-gelesen, Die ik voor allen heb uitgelezen,
  Wandelt voor my en handelt oprecht: Wandelt voor mij en handelt oprecht;
  Hy goot op 't heylich breyn, Hij goot op 't heilig brein,
  d'Oly seer frisch en reyn: d'Olie zeer fris en rein:
  Lettende David op 's Heeren stem, Lettende David op 's Heren stem,
35 Soo daelde Godts Geest en sijn gonst over hem. Zo daalde Gods Geest en zijn gunst over hem.

Toelichtingen
Citaten: uit Pers 1662, p. 3 (Terug)
Bron: Pers 1662, p. 30 ev. (Terug)
Den 151. Psal by den Grieken: van psalm 151 is alleen een Grieks origineel bekend. Bij de protestanten (en sinds het concilie van Trente ook bij de katholieken) geldt de psalm als apocrief (Zie New Encyclopaedia Britannica s.v. 'Apocrypha', en Davila, J.R.. Hymnic and Liturgical Texts (More Psalms of David). Pers' lied is een uitgewerkte versie van de tekst van de psalm. Een Engelse versie luidt:
    1 I was small among my brothers,
    and youngest in my father's house;
    I tended my father's sheep.
    2 My hands made a harp,
    my fingers fashioned a lyre.
    3 And who will declare it to my Lord?
    The Lord himself; it is he who hears.
    4 It was he who sent his messenger
    and took me from my father's sheep,
    and anointed me with his anointing oil.
    5 My brothers were handsome and tall,
    but the Lord was not pleased with them.
    6 I went out to meet the Philistine,
    and he cursed me by his idols.
    7 But I drew his own sword;
    I beheaded him, and removed reproach from
    the people of Israel.  (Terug)
Souter: tiensnarig muziekinstrument, gelijkend op een cither (Terug)
Kweelde: zong lieflijk (Terug)
Vast: aanhoudend (Terug)
Bezinnen: liefkrijgen boven anderen, zijn zinnen op iemand zetten  (Terug)
Vrij: verleent een aansporend karakter aan de zin.  (Terug)
Besneden: welgevormd (Terug)
Uitgelezen: uitverkoren (Terug)
Oprecht: rechtschapen (Terug)

 
Home
Daphne - Summary
Daphne - inleiding
Stalpart van der Wiele: Als Jola d'onberade Maegd         Krul: Iuffrou! waerom is't dat gy vlied