Home
Daphne - Summary
Daphne - inleiding
Krul: Iuffrou! waerom is't dat gy vlied        Daphne - literatuuropgave etc.

 
Theodotus: Op de waerdigheydt vande aldersuyverste en alderheylichste Maghet Maria

Theodotus was de samensteller van het Paradys der Geestelijcke ende Kerckelijcke Lof-sangen, een katholieke verzameling geestelijke liederen van velerlei aard. Hij was niet, of slechts gedeeltelijk, ook de dichter van de teksten: zo bevat het boek bijvoorbeeld beide genoemde contrafacten van Stalpart. Uit een appendix die in een aantal drukken bij het werk werd gevoegd komt de volgende lofzang op Maria. Ik zal hierna een deel van de traditionele vergelijkingen toelichten.


 
Op de waerdigheydt vande aldersuyverste en alderheylichste Maghet Maria (Bron)

Op de wijse: Daphne, &c.

  O Maria schoon uytvercooren, O Maria, schoon, uitverkoren,
  U liefde verweckt seer mijn hert en sin Uw liefde verheugt zeer mijn hart en zin.
  O Maria, o Davids' throon! O Maria, o Davids troon!
  O duyfken van Noë die ick seer bemin, duifje van Noach, dat ik zeer bemin,
5 O roed' van Jesse, wonder int bloeyen, roede van Jesse, wonder in 't bloeien,
  O salige reuck in Godts aenschijn, O zalige reuk in Gods aanschijn,
  Die cracht des Heeren heeft u doen groeyen De kracht van de Here heeft u doen groeien
  Sonder erf-sonde van God seer divijn, Zonder erfzonde van God zeer divijn.
  Ghy sijt des Hemel's deur, Gij zijt des Hemels deur;
10 Ghy sijt der maeghden fleur, Gij zijt der maagden fleur;
  Ghy sijt die lelie van doornen vry, Gij zijt de lelie van doornen vrij,
  O Maeght der maeghden spijt kettery. O Maagd der maagden, spijt ketterij.
 
O roed'/&c.
 
     
  O Maria soet honigraet, O Maria, zoete honingraat,
  O boomgaert vol vruchten, o lust-hof plaisant, O boomgaard vol vruchten, o lusthof plaisant,
15 O bedde van Salomon inder daet, bed van Salomo inderdaad,
  O Engelen glory schoon triumphant, O Engelen glorie schoon triomfant.
  Die blinckenden Choren der Cherubijnen De blinkende koren der cherubijnen
  Verwint u klaerheyt, o Maria vroom, Verwint uw klaarheid, o Maria vroom;
  Die weerdigste Thronen en Seraphijnen, De waardigste tronen en serafijnen
20 Verwint ghy Princesse vol gratie schoon; Verwint gij, prinsesse vol gratie schoon;
  Ghy sijt des sondaars poort, Gij zijt des zondaars poort,
  Ghy brenght ons Jesum voort, Gij brengt ons Jezus voort,
  Ghy sijt der duyvelen een torment, Gij zijt voor de duivelen een torment,
  O Coninghin helpt ons in 's wer'ldts elent. O Koningin, help ons in 's werelds ellend'.
 
Die blinckenden/&c.
 
     
25 O Maria bemuerde warand', O Maria, bemuurde warand',
  O dageraet wonder! o Sonne vruchtbaer! O dageraad wonder! o zonne vruchtbaar!
  O leven van sonden reyn, onverbrant, O leven van zonden rein, onverbrand,
  O Judith! o Jahel! in alle gevaer, Judith! o Jaël! in alle gevaar.
  O waerdigheyt op heylige bergen, O waardigheid op heilige bergen,
30 O fondamenten seer pertinent, O fundamenten, zeer pertinent,
  Die u aenroepen laet niet bederven, Die u aanroepen laat niet bederven,
  O blinckende Zee-sterre in 't firmament!, O blinkende Zee-sterre in 't firmament!
  Ghy spieghel onbesmedt, Gij spiegel onbesmet,
  G'hebt duyvels hooft verplet, G'hebt 's duivels hoofd verplet;
35 Eia Princesse toont uwe macht, Eia, Prinsesse, toont uwe macht:
  Sterckt vromen, troost sondaers, Sterkt vromen, troost zondaars,
  Roeyt uit der ketteren cracht. Roeit uit der ketteren kracht.
 
O waerdigheyt/&c.
 

 
Toelichting:
Bron: overgenomen uit Theodotus 1638, appendix p. 15 (Terug)
Davids' troon: In de aankondiging aan Maria van Jezus' geboorte spreekt de engel (Lukas 1:32): 'Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven'. In de traditionele beeldspraak voor Maria wordt zij zelf wel als deze troon gezien. (Terug)
Duifje van Noach: in het verhaal van de zondvloed is de terugkeer van de duif, met een olijftak in de snavel, het teken dat er weer droge grond moet zijn. Bonaventura (Mirror of the Blessed Virgin Mary) licht toe waarom deze vergelijking voor Maria wordt gebruikt: 'And because the most faithful Lord is faithfully with thee, therefore art thou most faithful together with Him. For thou art that most faithful dove of Noe, who hast most faithfully stood forth as mediatrix between the Most High God and the world submerged in a spiritual deluge. The crow was unfaithful, the dove most faithful. So also was Eve unfaithful; but Mary was found faithful. Eve was the unfaithful mediatrix of perdition; Mary was the faithful mediatrix of salvation'. (Terug)
Roede van Jesse, wonder in 't bloeien: Jesse (ook wel 'Isai') was de vader van koning David, en Maria was uit het huis van David. In de voorstelling van een (letterlijke) stamboom was Maria een twijg aan de stam van Jesse, en Jezus de bloem die aan die twijg ontsproot (vandaar het 'bloeien'). Nogmaals Bonaventura: 'Mary is that rod, and the Son of Mary is that flower, of whom it is said in Isaias: "There shall come forth a rod from the root of Jesse, and a flower shall ascend from that root, and there shall rest upon Him the spirit of wisdom and of understanding ()"'. (Terug)
Zoete honingraat, boomgaard vol vruchten, lusthof plaisant: Aan het Hooglied ontleende vergelijkingen (vgl. Hooglied 4:13 - 5:1). (Terug)
Bed van Salomo: misschien een verwijzing naar de bruiloftsstoet uit het Hooglied? Hooglied 3:6: 'Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook, [en] met allerlei poeder des kruideniers? Ziet, het bed, dat Salomo heeft, daar zijn zestig helden rondom van de helden van Israel' (Statenvertaling). Het 'bed' is in moderne vertalingen een 'draagstoel'. (Terug)
De blinkende koren der cherubijnen: lijdend voorwerp in de zin; Cherubijnen: engelen, in rang direct volgend op de serafijnen. (Terug)
Verwint: overwint (Terug)
Serafijnen: engelen van de hoogste rang (Terug)
Des zondaars poort: in de katholieke traditie is Maria de middelares tussen de zondaar en Jezus. (Terug)
Judith: Judith doodde de vijand van Israël Holofernes door hem dronken te voeren en het hoofd af te hakken. De verwijzing is relevant omdat Maria verderop in deze strofe wordt opgevoerd als degene die het hoofd van de duivel verplettert. Jaël: in het bijbelboek Richteren slaat Jaël met een hamer een tentnagel door het hoofd van Sisara, die door Bonaventura wordt gelijkgesteld met de duivel. (Terug)
G'hebt 's duivels hoofd verplet: Maria's zoon Jezus heeft de profetie uit Genesis 3:15 bewaarheid ('En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen', Statenvertaling). (Terug)

 
Home
Daphne - Summary
Daphne - inleiding
Krul: Iuffrou! waerom is't dat gy vlied         Daphne - literatuuropgave etc.