Inhoudsopgave van dit hoofdstuk
Sigle: A1
Bibliotheek UVA, Amsterdam: 1997 C 36
Bruno, Henrick.
Claegh-liederen Ieremia, en het Hooge-liedt Salomons.
Na de laetste oversettinge des Bibels berijmt door Henrick Bruno, con-rector in de Latijn-sche Schole tot Hoorn.
| Hoorn, Anno 1656. (gedruckt by Abraham Isaacxz. vander Beeck, Boeck-drucker op 't Noordt in 't Schrijf-boeck). |
Sigle: B1
Provinciale Bibliotheek Friesland, Leeuwarden: C 8040
Bruno, Henrick.
Claegh-liederen Jeremia, en het Hooge-liedt Salomons
| 's Graven-hage, 1657. (H. Hondius). |
Sigle: C1
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: 174 D 41
Bruno, Henrick.
Het boeck Jobs, den Predicker, Spreucken en Hooghe-liedt Salomons, midts-gaders de Klaegh-liederen Jeremiae.
In Neder-duytsche rijm na de nieuwe oversettinge gestelt door Henrick Bruno, conrector der Latijnsche Schole tot Hoorn.
| Hoorn, 1658. (gedruckt voor Isaac vander Beeck, en Gerbrant Martensz. Boeck-verkoopers. In Compagnie). |
Sigle: C2
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: 8 B 38
Zie C1
Sigle: C3
Bibliotheek UVA, Amsterdam: 2497 F 1
Zie C1
Zie noot: 35
Sigle: C4
Hoorn: 74 L 26
Zie C1
Zie noot: 36
Sigle: C5
In privé-bezit.
Zie C1
Bruno's Hoogliedbrijming is, voorzover bekend, nooit afzonderlijk uitgegeven. In de eerste twee drukken was de Hoogliedberijming een annex bij de berijming van de Klaagliederen. De derde druk was een verzameluitgave van de berijmingen van Job, Prediker, Spreuken, Klaagliederen en het Hooglied.
De eerste druk dateert van 1656 (het jaartal is op de titelpagina door een oude hand verbeterd in '1659', waarover verderop meer). Het is de tekst van deze druk die uitgangspunt geweest is bij het maken van deze editie. De druk bevat, zoals gezegd, berijmingen van de Klaagliederen en van het Hooglied, en daarnaast een opdracht en een aantal lofdichten. In deze editie worden de opdracht, de Hoogliedtekst en de lofdichten gereproduceerd.
De opdracht van de druk is gericht aan Ysbrandt VVormersz. van Schoonen en Ian de Groot Iansz., zwager en neef van 'de Heer en Mr. Jan de Groot, Rechts-geleerde en oudt Schepen deser Stede' . Bruno was met de overleden Jan de Groot bevriend geweest. De Groot was begonnen aan een berijming van de Klaagliederen, en op aandrang van de genoemde familieleden heeft Bruno na het overlijden van De Groot in diens plaats deze berijming vervaardigd.
In zijn brief aan Huygens dd. 29 november 1656 klaagt Bruno een beetje over dat karwei. Toch lijkt hij in het eerdere lijkdicht voor De Groot, opgenomen in de opdracht, er min of meer naar gesolliciteerd te hebben:
Klaegh-liederen, die ghy laetst onder handen hadt,
Wie sal die nu nae u vol-trecken49 in de Stadt,
Wie sal dat heyligh werck in uwe plaets verrichten?
Wie sal meer levens doen, tot uw' bestorven50 dichten?
De druk van 1657 verscheen bij Hondius in Den Haag. Hij reproduceert de druk van 1656 tamelijk getrouw. Een enkele fout is verbeterd, er zijn talloze kleine spellingsverschillen, maar qua inhoud komen beide drukken overeen37.
Daarentegen is de druk van 1658 een wezenlijk andere. Zoals gezegd bevat de druk de verzamelde Bijbelberijmingen van Bruno (m.u.v. de Psalmen). De opdracht aan de familieleden van De Groot is vervangen door een opdracht aan de verzamelde regenten van Hoorn en omstreken38. Er is een groot aantal extra lofdichten waaronder een aantal voor het Hooglied. In een Aen den leser licht Bruno toe wat hem met zijn berijmingen voor ogen stond39.
Vanwege de genoemde correctie van het jaartal 1656 in 1659 op de titelpagina van het enig bekende exemplaar van de druk van 1656 is er wel getwijfeld aan de juistheid van het jaartal. Een bijkomend argument voor die twijfel zou kunnen zijn dat er een handgeschreven opdracht op het schutblad staat die ook gedateerd is in 1659. Mijns inziens zijn er echter voldoende redenen om vast te houden aan 1656. De eerste reden is dat het jaartal ook voorkomt in de ondertekening van de opdracht van de druk. Bruno verklaart het werk te hebben ondernomen omdat de (begin 1656) overleden Jan de Groot het niet heeft kunnen voltooien. Hij verklaart dan nog 'Hy en beleeft nu niet die bedroefde daghen, in de welcke Godes vierighe slaende handt soo merckelijck over dese Stadt, die soo vol volcks was, is uytgestreckt!' Dit kan een verwijzing zijn naar de pestepidemie van 165640.
Een tweede reden is dat het minder voor de hand ligt dat een uitgave met een opdracht aan twee goede bekenden (waarin van het werk wordt gezegd dat het is ondernomen naar aanleiding van de dood van hun familielid, een goede vriend van de schrijver) zou volgen op een uitgave (die van 1658, bij dezelfde drukker) waarin dit werk met een aantal soortgelijke werken verenigd is uitgegeven en is opgedragen aan de verzamelde notabelen van de streek.
Een derde reden om vast te houden aan 1656 is afkomstig uit de correspondentie van Bruno met Huygens. Bruno vraagt op 29 november 1656 (vanuit Hoorn) aan Huygens om een gedichtje voor zijn Klaagliederen en Hooglied, en zegt dat de berijmingen 'zeer binnenkort' het licht zullen zien. In een PS noteert hij nog 'In grote haast, temidden van het lawaai van het drukkerswerk' . Het gedicht van Huygens is gedateerd zeven december 1656. Op dertien december bedankt Bruno Huygens voor het lofdicht41. Op achttien januari 1657 stuurt Bruno dan Huygens een boek, kennelijk een exemplaar van de zojuist verschenen Klaagliederen en Hooglied. Als de druk van 1656 uit 1659 zou dateren, zou de eerste druk die van 1657 uit Den Haag zijn, en dan zou het niet erg voor de hand liggen dat Bruno vanuit Hoorn een exemplaar stuurt naar Huygens (in Den Haag).
Een laatste reden om te veronderstellen dat de datering van 1656 voor de eerste druk correct is, wordt geleverd door een analyse van de varianten. Er zijn in totaal 273 varianten gevonden (dat wil zeggen: tekstplaatsen waar verschillen tussen de drukken zijn aangetroffen). Tussen de drukken zijn de aantallen verschillen als volgt:
| Aantal verschillen 1656-1657: | 193 |
| Aantal verschillen 1656-1658: | 100 |
| Aantal verschillen 1657-1658: | 258 |